In Nederland nauwelijks media-invloed op wetgevingsprocessen

14 maart 2017

Spelen de media in Nederland een rol in wetgevende processen? En als dat zo is, op welke manier dan? Politicologe Lotte Melenhorst deed er onderzoek naar. We kunnen opgelucht ademhalen: er is geen sprake van sterke media-invloed op wetgevingsprocessen, zo concludeert de promovenda. Tweede Kamerleden laten zich tijdens de behandeling van een belangrijk wetsvoorstel niet leiden door de waan van de dag die via de media tot hen komt. Zij verdedigt haar proefschrift dinsdag 21 maart aan de Universiteit Leiden. NWO financierde het onderzoek via de Vernieuwingsimpuls.

De gebouwen van het Nederlandse parlement in Den Haag, gezien vanaf de HofvijverBeeld: Shutterstock

Eerder onderzoek toont aan dat media-aandacht een belangrijke aanleiding is voor parlementariërs om Kamervragen te stellen, maar die leiden slechts zelden tot een wijziging in beleid of wetgeving. Het gaat in zulke gevallen om zogenoemde ‘symbolische’ politieke agenda’s: die hebben weinig tot geen beleidsconsequenties. Melenhorst: ‘Media-invloed op zulke symbolische agenda’s is interessant om te onderzoeken, maar het is in termen van het functioneren van de democratie minstens zo relevant om te weten wat de invloed op meer substantiële agenda’s is. De rol van de media in wetgevingsprocessen is nog nauwelijks onderzocht.’

Over het algemeen lopen de media niet heel erg warm voor wetsbehandelingen in Nederland: uit vooronderzoek dat Melenhorst met collega’s deed bleek dat ongeveer tachtig procent van alle wetgeving helemaal geen media-aandacht krijgt in nationale kranten. Bovendien kan slechts één op de tien wetsvoorstellen op ‘aanzienlijke aandacht’ rekenen. Maar wat gebeurt er als zo’n wetsvoorstel wél veel media-aandacht krijgt, en het onderwerp van de wet ook tijdens de behandeling nog op veel journalistieke interesse kan rekenen?

Wet normering topinkomens

Melenhorst voerde een omvattende analyse uit van de rol van media-aandacht tijdens drie wetsbehandelingen in het Nederlandse parlement: de Wet normering topinkomens, de Wet werk en zekerheid en de Wet studievoorschot hoger onderwijs. Zij analyseerde telkens alle parlementaire documenten en de mediaberichtgeving op televisie, radio en in nationale kranten en weekbladen. Daarnaast interviewde ze, op een enkeling na, alle betrokken Eerste en Tweede Kamerleden, ministers en hun medewerkers en journalisten die over het onderwerp van de wet hadden bericht.

Melenhorst concludeert dat media-aandacht hoogstens een ‘klemtooneffect’ heeft gehad op deze drie wetgevingsprocessen. ‘Als informatiebron voor Kamerleden kan mediaberichtgeving bepaalde onderwerpen, actoren of argumenten beklemtonen. Ook verwijzen politici in debatten naar media-aandacht om bijvoorbeeld te benadrukken dat experts dezelfde mening hebben, of om te laten zien dat het wetsvoorstel over een actueel onderwerp gaat.’

Melenhorst: ‘Tijdens de behandeling van de Wet normering topinkomens (‘Balkenendenorm’) bijvoorbeeld heeft media-aandacht wel een rol gespeeld, zij het een zeer bescheiden. De wet werd in januari 2011 door minister Donner (CDA) van Binnenlandse Zaken ingediend en is in zowel de Tweede als Eerste Kamer met algemene stemmen aangenomen. De berichtgeving in de pers omtrent topsalarissen was langdurig, relatief eenzijdig en voornamelijk incident-gedreven en heeft ertoe bijgedragen dat het wetsvoorstel daadwerkelijk een wet werd. Politici refereerden tijdens het wetgevingsproces aan berichten uit de pers om hun argumenten te illustreren of te onderbouwen. Sommige parlementsleden stelden Kamervragen op basis van een mediabericht en koppelden die aan de behandeling van het wetsvoorstel. Er zijn echter geen aanwijzingen dat de media-aandacht ervoor gezorgd heeft dat politieke actoren dingen zeiden of deden die ze zonder die berichtgeving níet zouden hebben gedaan.’

Meer informatie

L.D. (Lotte) Melenhorst (1988) voltooide haar proefschrift ‘Media and lawmaking. Exploring the media’s role in legislative processes’ als onderdeel van het Vernieuwingsimpulsproject (Vidi) ‘Beyond Agenda-setting: Towards a better understanding of the power relationship between politicians and journalists’. Hoofdaanvrager was prof. dr. P. (Peter) Van Aelst. Promotoren zijn prof. dr. P. (Peter) Van Aelst, Universiteit Antwerpen, en prof. dr. J.J.M. (Joop) van Holsteyn, Universiteit Leiden.


Bron: NWO