Nieuw onderwijsonderzoek van start

4 maart 2013

De sociale ontwikkeling van kinderen en pubers, de invloed van school op burgerschap, geloof in eigen kunnen bij omgaan met diversiteit, zelfregulering in instructie en teamleren in het beroepsonderwijs. Dit zijn globaal de onderwerpen waarnaar zes teams van wetenschappers in zes afzonderlijke projecten onderzoek gaan doen. Hun onderzoeksvoorstellen werden in februari 2013 goedgekeurd door de Programmaraad voor het Onderwijsonderzoek, onderdeel van NWO.

Het totale budget voor de ronde Samenhangende Onderzoeksprojecten was 4 miljoen euro.

In de vooraanmeldingsfase (april 2012) zijn 71 vooraanmeldingen ingediend, waarvan er 23 door de PROO zijn uitgenodigd om een uitgewerkte aanvraag in te dienen. De zes gehonoreerde onderzoeksprojecten zijn hieronder kort samengevat.

  • The influence of school on the development of civic and citizenship competences of adolescents, and their impact on future participation as citizen
    Onder leiding van prof. dr. R.J. Bosker (Rijksuniversiteit Groningen)
    De onderzoekers bestuderen de invloed van de school op de ontwikkeling van burgerschapscompetenties, en de mate waarin deze de toekomstige participatie van leerlingen beïnvloeden.
  • Understanding the effects of schools on students' citizenship
    Onder leiding van prof. dr. G.T.M. ten Dam (Universiteit van Amsterdam)
    Dit project richt zich op de invloed van de school op burgerschap van leerlingen. De onderzoekers combineren en verkennen drie verklaringslijnen en geven een uitgebreide beschrijving van het niveau van de burgerschapskennis van middelbare scholieren in Nederland en van verschillen daarin die samenhangen met schooltype, cognitief niveau, sekse en sociaal/culturele achtergrond.
  • Dealing with diversity in the classroom: The role of teacher self-efficacy
    Onder leiding van dr. H.M.Y. Koomen (Universiteit van Amsterdam)
    ‘Self-efficacy’ (geloof in eigen kunnen) wordt gezien als een belangrijk leerkrachtkenmerk. Het is echter niet bekend 1) hoe self-efficacy verschilt in relatie tot individuele leerlingen; 2) waar deze differentiële self-efficacy uit voortkomt en wat de invloed is van relatierepresentaties; 3) hoe deze de omgang met verschillen en leerlinguitkomsten beïnvloedt; en 4) of deze beïnvloed kan worden door relatie-gerichte reflectie. Deze vraagstukken worden onderzocht in twee deelprojecten onder leerkrachten en leerlingen in groep 6-8.
  • Scaffolding self-regulation: Effects on the acquisition of domain-specific skills and self-regulated learning skills
    Onder leiding van prof. dr. J.J.G. van Merriënboer (Universiteit Maastricht)
    ‘Scaffolding’ is een combinatie van het initieel aanbieden van veel ondersteuning aan leerlingen en het geleidelijk afbouwen daarvan naarmate hun expertise toeneemt. Het hoofddoel van dit project is om te onderzoeken of scaffoldingtechnieken die effectief zijn gebleken om het leren van domein-specifieke vaardigheden te ondersteunen, ook ingezet kunnen worden om zelfregulatievaardigheden te verbeteren, zoals het monitoren en evalueren van het eigen leerproces en het bepalen van volgende studieactiviteiten.
  • Team learning in the context of educational innovations
    Onder leiding van prof. dr. M. Mulder (Wageningen Universiteit)
    Competentiegericht beroepsonderwijs (CGO) beoogt een verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. De implementatie van CGO stagneert, vooral omdat docenten het moeilijk vinden om CGO-principes naar de lespraktijk te vertalen. Wetenschappelijk onderzoek naar professionele ontwikkeling binnen het beroepsonderwijs, teamleren in het bijzonder, is schaars. Dit onderzoeksproject beoogt inzicht te krijgen in de vraag hoe teamleren leidt tot collectieve leeropbrengsten (zoals volledige implementatie van CGO).
  • Social Networks Processes and Social Development of Children and Adolescents
    Onder leiding van prof. dr. D.R. Veenstra (Rijksuniversiteit Groningen)
    Leeftijdsgenoten spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen en jongeren en hebben een invloed op allerlei vormen van gedrag. De onderzoekers bestuderen in hoeverre contextuele factoren de ontwikkeling van antisociaal gedrag (pesten, agressie), prosociaal gedrag (verdedigen, helpen) en schoolprestaties bevorderen of hinderen.