Integrated Network for Production and Loss Assessment in the Coastal Environment (IN PLACE)
Dr Ir C.J.M. Philippart- NIOZ-MEE, Marine ecology
Dr H.G. Epping- NIOZ, Marine chemistry
Prof Dr Ir H. Ridderinkhof- NIOZ, Ferry observations
M.R. Wernand- NIOZ, Marine optics
Dr J.C. Kromkamp- NIOO-CEME, Algal ecology & production
Prof Dr P.M.J. Herman- NIOO-CEME, Spatial ecology
Dr H.J. van der Woerd- VU-IVM, Remote sensing
Dr M.A. Eleveld- VU-IVM, Geographical Information Systems
Dr W.T.B. van der Lee- RWS Waterdienst, RWS monitoring network
Dr H.M. van Aken- NIOZ, Hydrography
Prof Dr Ir H.J.W. de Baar- NIOZ, Marine chemistry
Dr M.A. Baars- NIOZ, Zooplankton ecology
Dr C.P.D. Brussaard- NIOZ, Virus ecology
Dr K.R. Timmermans- NIOZ, Phytoplankton ecology
Dr M.J.W. Veldhuis- NIOZ, Phytoplankton ecology
Ir M.J.N. Bergman- NIOZ, Benthic ecology
Drs G.C.A. Duineveld- NIOZ, Benthic ecology
Drs T.F. de Bruin- NIOZ, Data management
Ing M. Smit- NIOZ, Marine technology
Ir J. van den Broek- Ecomare, Public Outreach
Samenvatting:
De draagkracht van de Waddenzee voor individuele soorten of gemeenschappen is sterk afhankelijk van de voedselbeschikbaarheid en de kwaliteit daarvan. Deze worden bepaald door de primaire productie, het proces waarin microscopische algen de energie van zonlicht gebruiken voor de vorming van biomassa uit CO2, water en voedingsstoffen. Via een keten van eten-en-gegeten-worden wordt dit voedsel doorgesluisd naar de hogere trofische niveaus en legt zo de basis voor de draagkracht voor vissen, vogels en zeezoogdieren. Naast de hoogte van primaire productiviteit door algen is ook de efficiëntie van voedseloverdracht tussen de opeenvolgende trofische niveaus bepalend voor de draagkracht. De efficiëntie van de eerste stap, de overdracht van algenbiomassa naar het zooplankton en het macrobenthos, wordt vooral bepaald door de timing van primaire productie en de soortensamenstelling van de algenpopulaties in de waterkolom (fytoplankton) en op het bodem-watergrensvlak (microfytobenthos).
Om jaarlijkse aantallen en de dynamiek in en tussen verschillende trofische niveaus in de Waddenzee te begrijpen en uiteindelijk te kunnen voorspellen is minimaal een goede schatting vereist van primaire productie en algenbiomassa, aangevuld met informatie omtrent soortensamenstelling. Tot op heden zijn er nauwelijks waarnemingen die ons in staat stellen een goede schatting te maken, hetgeen samenhangt met de sterke en wisselende gradiënten in factoren die de productiviteit en soortensamenstelling van het fytoplankton en microfytobenthos bepalen.
In dit voorstel wordt 2192 k€ financiering gevraagd voor een monitoring netwerk van permanente meetstations en veldcampagnes in de westelijke Waddenzee, waarmee de essentiële stuurvariabelen, algenbiomassa en primaire productie kunnen worden gemeten, alsmede een schatting kan worden gemaakt voor de voedseloverdracht naar de belangrijkste grazers. Deze metingen zullen tevens worden gebruikt om satellietwaarnemingen van het fytoplankton en microfytobenthos te ijken, om aldus tot schattingen te komen van de voedselproductie in tijd en (in mindere mate) ruimte in de westelijke Waddenzee.
Met behulp van de expertise en infrastructuur van de NIOZ Data Management Groep zullen, via de Nederlandse Oceanografische Data Commissie (NODC), de verzamelde gegevens vrij toegankelijk worden gemaakt via het internet. Hierdoor zullen onderzoekers over fundamentele informatie beschikken om specifieke onderzoeksvragen te bestuderen gericht op de draagkracht van de Waddenzee. De totale aangevraagde kosten voor dit programma, 2192 k€, omvatten de aanschaf van monitoring sensors (628 k€), de constructie en onderhoud van de automatische meetapparatuur (155 k€), onderzoekskosten voor de aanvullende metingen om de automatische sensoren en remote sensing data te kalibreren (255 k€), personele kosten voor het ontwerp en de bouw van het meetnet (1 jr 1 fte niet-wetenschappelijk personeel), voor het testen end onderhoud van de automatische meetapparatuur (5 jr 1 fte niet-wetenschappelijk personeel), voor de kwaliteitscontrole en het bewerken van de ruwe data (5 jr ½ fte niet-wetenschappelijk personeel), voor de ondersteuning van de aanvullende veldmetingen (4 jr 1 fte niet-wetenschappelijk personeel), voor de calibratie van de automatische meetapparatuur (3 jr 1 PostDoc) en de calibratie van de vliegtuig- en satelliet beelden (3 jr 1 PostDoc). Indien succesvol, zal het netwerk worden uitgebreid over de gehele Waddenzee en zal het verder worden afgestemd en geïntegreerd met bestaande netwerken in aangrenzende wateren zoals het Trilateral Monitoring and Assessment Program (gecoördineerd door het Common Wadden Sea Secretariat).
Laatste wijziging: 8 april 2008
